Chemotherapie in spierinvasief blaaskanker

Chemotherapie voorafgaand aan verwijdering van de blaas vanwege spierinvasieve blaaskanker geeft een overlevingswinst op de lange termijn. Deze winst is echter maar beperkt (6-8% na 5 jaar) en lang niet alle patiënten hebben dus baat bij deze chemotherapie terwijl ze wel blootgesteld worden aan mogelijk bijwerkingen.

In een samenwerking met instituten in Noord-Amerika en een bedrijf dat zich heeft gespecialiseerd in het ontwikkelen van diagnostische assays voor blaaskanker, heeft de afdeling urologie van het Erasmus MC onderzoek gedaan of moleculaire karakteristieken van de blaastumor kunnen voorspellen of de blaastumor van patiënt gevoelig is voor chemotherapie. De studie is uitgevoerd in ruim 600 blaastumoren van patiënten die een blaasverwijdering kregen, al dan niet voorafgegaan door chemotherapie. De tumoren werden onderzocht m.b.v. de Decipher Bladder test waarbij naar expressie van meer dan duizenden genen wordt gekeken. Het bleek dat tumoren van het zogenaamde luminale type niet gevoelig waren voor chemotherapie, terwijl tumoren van het basale type wel gevoelig bleken. Die gevoeligheid vertaalde in een overlevingswinst van patiënten met basaal type tumor die chemotherapie kregen van 10% na 5 jaar t.o.v. patiënten met een basaal type tumor die geen chemotherapie kregen. Patiënten met luminaal type tumoren hadden dezelfde overleving ongeacht of ze met chemotherapie behandeld waren of niet. Kortom, patiënten met luminaal type blaaskanker lijken beter direct geopereerd te worden i.p.v. blootgesteld worden aan niet-effectieve chemotherapie.

 Dit onderzoek is recent verschenen in de Journal of Urology en is een stap voorwaarts in de gepersonaliseerde aanpak van patiënten met blaastumoren.

Oct 19, 2021